Mensen wisselen tegenwoordig even snel van dokter als van baan

Doordat arts en patiënt elkaar niet zo goed meer kennen, neemt aan beide kanten van de gesprekstafel de onzekerheid toe, schrijft psychiater Bram Bakker. ‘Juist als je iemand al lang kent kun je als arts de ernst van de klachten goed inschatten. En een patiënt met veel vertrouwen in de huisarts durft ook meer te vertellen.’

Gerard Reve had een lijfarts. Maar Reve is er niet meer, en het fenomeen lijfarts sterft uit. Zoals mensen vroeger vijfentwintig jaar voor dezelfde baas werkten, zo hadden ze ook zeer langdurig dezelfde huisarts.

Die tijd is helaas geweest, want mensen wisselen tegenwoordig even makkelijk van dokter als van baan. Dat heeft nadelen: doordat arts en patiënt elkaar niet zo goed meer kennen, neemt aan beide kanten van de gesprekstafel de onzekerheid toe. Het is voor een zieke moeilijker om iemand te vertrouwen die zich nog nooit heeft bewezen, en voor de dokter is het lastig om een goede inschatting van de ernst van de ziekteverschijnselen te maken als je de patiënt tegenover je niet goed kent. Presenteert hij de klachten altijd dramatisch, of juist een beetje onderkoeld?

Dit leidt tot extra zorgconsumptie: de consulten vragen meer tijd en aanvullende onderzoeken moeten de onzekerheid bij beide partijen helpen bezweren.

Vooral psychische klachten zijn gebaat bij langdurige arts-patiëntrelaties. Juist als je iemand al lang kent kun je als arts de ernst van de klachten goed inschatten.

Psychische klachten

Vooral psychische klachten zijn gebaat bij langdurige arts-patiëntrelaties. Juist als je iemand al lang kent kun je als arts de ernst van de klachten goed inschatten. En een patiënt met veel vertrouwen in de huisarts durft ook meer te vertellen. Bijvoorbeeld dat hij wel eens denkt aan zelfmoord.

Gesprekken over psychische problemen vragen meer tijd dan die over een verstuikte enkel of een keelontsteking. Als je ze zorgvuldig wilt voeren, heb je er meer tijd voor nodig dan het gemiddelde huisartsconsult van minder dan tien minuten.

Daar komt dan nog bij dat huisartsen overal verstand van moeten hebben, en dat het best lastig is om die psychische klachten goed uit te vragen en in te schatten.

Behoefte aan ondersteuning
Naarmate men zich van bovenstaande meer bewust werd, nam de behoefte aan ondersteuning op dit terrein bij veel huisartsen toe. En zo was er op een dag de POH-GGZ (zonder afkorting stel je niets voor in deze discipline): een meneer of mevrouw met specifieke kennis op het terrein van de psychiatrie (in Nederland synoniem met GGZ), die ook nog eens meer tijd heeft voor de gesprekken dan de huisarts zelf. Iedereen blij zou je denken, zeker toen bekend werd dat de POH-GGZ ook in het basispakket van de ziektekostenverzekeraar werd opgenomen.

Maar onlangs bleek dat er iets vreemds aan de hand is met deze nieuwe professionals: veel van hen staan op de loonlijst van de regionale GGZ-instelling. Handig, kun je denken, maar er zitten wel wat haken en ogen aan. Hoe zit het met de vrije keus van patiënten, als ze bij voorkeur worden doorverwezen naar de instelling die de werkgever is van de praktijkondersteuner? Hoe zorg je voor de concurrentie in de zorg, die de minister zo graag wil? Wordt er niet te snel doorverwezen? Krijg je wel de beste behandeling voor jouw type klachten als je naar zo’n grote instelling gaat?

De kleine instelling waar ik werk, kan zich zo’n POH-GGZ niet veroorloven, daar ontbreken de middelen voor. Er is geen vast contract met de zorgverzekeraar, ook vanwege de beperkte omvang. Behandelingen mogen pas achteraf worden gedeclareerd, ze moeten uit eigen middelen worden voorgefinancierd. Omdat er weinig wordt verdiend is het moeilijk om te groeien. Kortom: een lastige situatie om partij te bieden aan de grote plaatselijke GGZ-instellingen.

Terwijl de klanten zeer tevreden zijn, de wachtlijst opvallend kort is en de aanpak vernieuwend, doordat iedereen met een burn-out, depressie of angststoornis onder professionele begeleiding ook fysiek aan de slag gaat. Maar welke POH-GGZ weet dat? En is zo onafhankelijk dat hij/zij wel verwijst?

Er komt nu onderzoek naar deze gang van zaken. Vooruitlopend op de uitkomst verklap ik u nu vast dat het niet deugt. Als we veranderingen (en vooral bezuinigingen) willen in de GGZ is dit niet de methode.